Waterspitsmuis
Neomys fodiens |
|
 |
|
| Data |
lengte: 70 - 90 mm
staartlengte: 60 - 70 mm
gewicht: 10 - 20 g |
|
| Biotoop |
De waterspitsmuis komt voor - wat had u gedacht - in vochtige,
waterrijke biotopen zoals oeverzones van stilstaande en stromende wateren.
Daarnaast vindt men ze ook op plaatsen die niet direct aan het water liggen,
zelfs in droge duinen. |
|
| Voedsel |
Waterspitsmuizen zijn de enige spitsmuizen die het water
in gaan om prooidieren te vangen, zoals vissen, kikkerlarven en zelfs vrij
grote kikkers. Aan rotskusten leven ze van het kleine gedierte dat zich
tussen het aanspoelsel ophoudt. Het zijn dag en nacht actieve dieren, die
dagelijks ongeveer hun eigen gewicht aan voedsel naar binnen werken. De
prooi wordt meestal van achteren gepakt. In het water gevangen prooi wordt
op de kant getrokken en daar verorberd. Licht giftige stoffen in zijn speeksel
helpen hem bij het overmeesteren van grote prooi. |
|
| Voortplanting |
Waterspitsmuizen paren van april tot oktober. Jaarlijks worden
er vanaf mei 2 tot 3 nesten geboren met 5 tot 9 jongen. De draagtijd bedraagt
slechts 21 dagen. Sommige wijfjes krijgen hun eerste jongen als ze 2 à
3 maanden oud zijn, maar de meeste planten zich pas in de volgende zomer
voort. |
|
| Gedrag |
Afgezien van wijfjes die hun jongen grootbrengen, leven waterspitsmuizen
solitair in ondiepe, zelf gegraven gangenstelsels. Soms heeft een gang in
een oever een ingang onder de waterspiegel. |
|
| Kenmerken |
Bij het duiken neemt de waterspitsmuis lucht in zijn vacht
mee naar beneden, waardoor hij een zilverkleurige glans krijgt. Tussen de
zwarte boven- en de zilverwitte onderzijde loopt over de flanken een scherpe
grens. Aan de binnenkant van de oren en achter de ogen bevindt zich vaak
een wit vlekje. Jonge dieren hebben een doffere pels. Geheel zwarte dieren
komen bij deze soort meer voor dan bij andere spitsmuizen. Een zoom van
borstelharen aan de onderzijde van de staart en de tenen van de achterpoten
maken het zwemmen en sturen in het water gemakkelijker. |
|
| Aantallen |
Het bestand kan aanzienlijk schommelen: soms lijken ze in
een bepaald gebied verdwenen, om enkele jaren later weer op te duiken. Ze
kunnen tot 18 maanden oud worden, maar de meeste sterven veel jonger. |
|
|
|
|
 |
 |