lengte: 43 - 58 mm
spanwijdte: 30 - 32 cm
gewicht: 8 - 17,5 g
Geluid
Constante tonen tussen 101 en 108 kHz, daarbij overlappend
met Klene hoefijzerneus.
Biotoop
Weinig verschillen bekend met andere hoefijzerneuzen. Wel
meer afhankelijk van warmte.
Voedsel
Onvoldoende gekend, waarschijnlijk als andere hoefijzersoorten.
Voortplanting
Gedrag
Leeft winter èn zomer in grotten of gelijkaardige
objecten. Komt veel in groep voor, kraamkolonies van 50 - 400 en meer vrouwtjes,
waarbij ook mannetjes kunnen aanwezig zijn. Jaagt in warme bosrijke gebieden,
vliegt pas uit in de late schemering. Zeer wendbaar en kan net zoals sommige
andere soorten vleermuizen "bidden" als een torenvalk.
Kenmerken
Van formaat tussen de Kleine en de Grote hoefijzerneus in.
De naam verwijst naar een moeilijk zichtbare, rode tot paarse tint van de
rugvacht. Betrouwbaarste kenmerk is de vorm van het uitsteeksel in het hoefijzer
op de neus.
Aantallen
Wijd verspreid in het mediterrane gebied, komt bijna niet
voor boven de 47ste breedtegraad.