Bechstein's Vleermuis
Myotis bechsteinii
Langoorvleermuis (Myotis-bechsteinii)
Data spanwijdte: 25-28,6 cm
gewicht: 7-12 g
Frequenties 30 à 80 kHz. De bechstein's vleermuis kent twee types van echolokatie, maar beide klinken op het eerste gehoor als een droge ratel.
Biotoop De bechstein's vleermuis is een echte bosbewoner. De zomerkolonies bevinden zich in holle bomen. De winter brengen ze door ondergronds in kelders, grotten en groeven; ze hangen er steeds vrij van de anderen. Ze leggen tussen de zomer- en winterverblijfplaats slechts korte afstanden af en zijn daarom kwetsbaar; geschikte plaatsen moeten vlakbij elkaar liggen. Langoorvleermuizen komen zelden in de buurt van menselijke nederzettingen.
Voedsel Bechsteins vleermuizen vliegen laat uit. Hun vlucht is nogal fladderend. Meestal vliegen ze op een hoogte van een meter of drie. Soms plukken ze insecten van het gebladerte.
Vortplanting Zoals de meeste vleermuizen krijgt het wijfje jaarlijks één jong. De kraamkolonie, die klein is, bevindt zich vrijwel altijd in een boomholte of een nest kastje en laat zich gemakkelijk verstoren.
Kenmerken Zijn oude naam 'langoorvleermuis' gaf het belangrijkste soortkenmerk weer: de lange oren, die rozebruin van kleur zijn en naar de punt toe smaller worden. Alleen de Grootoorvleermuis heeft grotere oren (bij deze soort zijn de oren aan de basis vergroeid). Anders dan bij de grootoorvleermuis worden de oren van de bechsteins vleermuis tijdens het rusten niet onder de vleugels gevouwen. De bechstein's vleermuis heeft een witte buik, een bleke snuit, en korte brede vleugels.
Aantallen

Zeer zeldzaam, zeer lokale verspreiding en nergens in Europa algemeen. De bechstein's vleermuis wordt jaarlijks - al is het in zeer klein aantal (1-2 ex) - 's-winters in de mergelgroeven in Zuid-Limburg waargenomen en sinds een paar jaar ook overwinterend in Overijssel (1-2 ex). In 1998 was er nog een waarneming in een nestkast in Zuid-Limburg (Rimburgerbos).



Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net