Broedt in oude bossen en zoekt voedsel langs beken
en in moerassen en natte weilanden.
Kenmerken
Leeft meer teruggetrokken en is moeilijker waar te
nemen dan gewone Ooievaar. Juveniele donkerbruin met olijfgroene of
roze tint op poten en snavel.
Trek
Volgt een maand na gewone ooievaar de zelfde
trekroute naar tropisch Afrika, vaak in familie verband. Alleen dan
in grote groepen te zien.
Aantallen
Na een afname gedurende de vorige (20e)eeuw is het
aantal de laatste jaren, vooral in Polen weer toegenomen. In Nederland
is Augustus de beste maand om deze soort aan te treffen. Enkele paren
broeden in de Belgische Ardennen.