| Zilverplevier Pluvialis squatarola |
|
| Grootte | L 26-29 - SW 56-63cm |
| Biotoop | De zilverplevier broedt ten noorden van de boomgrens op de toendra's. |
| Kenmerken | Zilverplevieren eten wormen, insecten en allerlei andere ongewervelden. De zilverplevier is iets groter dan de goudplevier. De vogel heeft in de zomer een zwarte buik en borst. De rug is zwart-wit gekleurd en de kop is van voren wit en van achteren zwart. In de winter is de vogel geheel grijsbruin. Een grovere bek dan de Goudplevier. Hét kenmerk wordt gevormd door de zwarte okselveren. |
| Trek | Trek in augustus tot oktober en van maart tot en met mei. De grootste aantallen komen in mei voor. Een aantal Zilverplevieren overzomert en overwintert ook in de Lage Laden. |
| Aantallen | Een van de weinige steltlopers die vooruit gegaan is. Men weet niet goed waarom. |
|
|
|
|
|
|