Broedt in grote dichte kolonies op rotsrichels van
kliffen aan zee. Ook op Helgoland.
Kenmerken
Onderscheidt zich van Alk door slankere en puntigere
snavel, rondere kop, kortere staart en donkere flankstrepen. Lichtere,
grijszwarte bovendelen dan Alk met bruine tint op kop. Jongen springen
in juli-augustus, als ze 14 à 18 dagen oud zijn van hun broedkliffen
om op zee verder door hun ouders gevoerd te worden. Ze hebben dan
nog geen slagpennen.
Trek
In augustus verblijft een aantal Britse
zeekoeten met hun jongen op het Friese Front.
Aantallen
Langs Nederlandse Noordzeekust over het gehele jaar
gerekend ca. 6 keer talrijker dan Alk. Grootste aantallen, zowel Britse
als Noord-Atlantische , in winterhalfjaar, voorla na westerstormenook
op de Waddenzee (waar Alk zeldzaam is). Noordelijke Zeekoet is eenmaaL met zekerheid vastgesteld, in november 1988.