| Witstuitbarmsijs Carduelis hornemanni |
|
| Grootte | L 12-14cm |
| Biotoop | Broedt doorgaans in wilgen en in laag, open berkenbos op of nabij toendra of hoogvenen. Zelden in hooggelegen, hoog en gesloten berkenbos. |
| Kenmerken | Lijkt sterk op Grote Barmsijs en in sommige kleden onmogelijk met zekerheid te determineren. Snavel klein en spits, met recht culmen. Los en donzig verenkleed. Wite, vaak ongestreepte stuit vaak zo groot als suikerklontje; sommige (vooral 1e winter) met weinig wit op stuit lijken dan sterk op Grote Barmsijzen.. |
| Trek | Broedt erg noordelijk. Sommige exemplaren trekken in winter met Grote Barmsijzen diep zuidwaarts tot West-Europa . |
| Aantallen | In Nederland dwaalgast met 92 exemplaren tot en met 1996 (midden oktober-begin april). Vaak invasieachtig voorkomen. |
|
|
|
|
|
|