| Waterrietzanger Acrocephalus paludicola |
|
![]() |
|
| Grootte | lengte: 11,5-13cm |
| Biotoop | Broedt alleen in open, natte zeggenweiden en heeft voorkeur voor kuithoge vegetatie; door veelvuldige drainage thans zeldzaam. Nestelt in kluit zegge. |
| Kenmerken | Vrij schuw. Vorm en indruk als Rietzanger, maar met smalle, duidelijke, gele middenkruinstreep, twee duidelijk geelbeige banden ('bretels') langs zijden van mantel, en zwaarder zwart gestreepte bovendelen; doorgaans lichtere, meer geelwitte totaalindruk; lichte teugel, waardoor wenkbrauwstreep van voren breed lijkt. Silhouet tijdens zang kenmerkend: staart omlaagwijzend en hals maximaal uitgestrekt bij elke strofe. Beide kleden zijn gelijk. Adult bijna altijd met fijn gestreepte borst en flanken, juveniel ongestreept. Zang meestaL in avondschemering, meestal in zit, zelden in korte zangvlucht. Klinkt een beetje als een slaperige Rietzanger. |
| Trek | Zomergast, overwintert in West-Afrika. Bij ons vooraL te zien eind juli-september, zeldzaam in april-mei en oktober. |
| Aantallen | Belangrijkste populatie in Oost-Polen. In Nederland en België schaarse tot vrij zeldzame doortrekker. |
|
|
|
|
|
|