Leeft
in riet, dichtbegroeide moerassen en brede oevervegetatie. Bij koud
winterweer zoekt hij soms open gebied op.
Kenmerken
Leeft
zeer teruggetrokken (meestal wijzen alleen merkwaardige, kreunende
en steunende geluiden op zijn aanwezigheid, zoals het plotselinge,
explosieve, schrille 'speenvarkengegil', dat overgaat in gegrom).
Alleseter (hij eet planten en kleine diertjes, waaronder vis). Zijn
nest maakt hij tussen dichte begroeiing op de grond. Vaak 2 legsels.
Trek
In het oosten is hij een trekvogel; in het zuiden en het westen een
standvogel. Bij ons overwinteraar in kleine, van vorst afhankelijke
aantallen. Doortrekker in augustus-november en maart-mei.
Aantallen
In
Nederland algemene broedvogel (ca. 3000 paren). Zeldzamer
in België