De
Tureluur wordt 's winters meestal bij de zee gezien. Ze zijn van oorsprong
vogels van toendra's, hoogvenen en zilte steppen. In Nederland broedt
de soort vooral op schorren en kwelders, vochtige weidegronden en
in mindere mate elders in slootrijke open gebieden.
Kenmerken
Een
Tureluur is eenvoudig te herkennen aan de fel oranjerode poten en
oranje snavelbasis. Het verenkleed van de tureluur is grijsbruin in
alle seizoenen. Makkelijk te onderscheiden van Zwarte Ruiter door
de witte achterdelen op de vleugels die te zien zijn in de vlucht.
Deze ontbreken bij de Zwarte Ruiter.
Vaak wordt een tureluur staand op een paaltje waargenomen. Op broedplaats
waar hij hardnekkig kan alarmeren is hij zeer waakzaam en onrustig.
Let op er is al eens iets over voedsel vermeld bij biotoop Tijdens
de jacht vertoont hij een schokkerige loop. In de broedtijd worden
vooral insekten en kleine, in slikkige sloten levende waterdieren
gegeten, zoals garnalen, slakken en wormen.
Trek
Het
gehele jaar door te zien. Nederlandse tureluurs overwinteren langs
de kusten van Zuidwest-Europa en Noord-Afrika.
Aantallen
IHet
aantal broedparen is duidelijk afgenomen. Nergens broedt de tureluur
talrijker dan bij slikkige brakwatergebieden als de Dollard en het
Verdronken land van Saeftinghe. Ook zilte schorren, kwelders en weidegronden
herbergen forse dichtheden. Een verdere aantasting van kwaliteit en
oppervlakte van deze leefomgeving moet dan ook voorkomen worden. Het
vergroten van de oppervlakte aan binnen- en buitendijkse zoutweiden
zal de soort zeker nieuwe kansen bieden. Bovendien is dit een vorm
van compensatie voor de duizenden hectares schor, die tengevolge van
de Deltawerken verloren zijn gegaan.