Tureluur
Tringa totanus
Tureluur (Tringa totanus)
Grootte L 27-29cm - SW 45-52cm. Kleiner dan Kievit.
Biotoop De Tureluur wordt 's winters meestal bij de zee gezien. Ze zijn van oorsprong vogels van toendra's, hoogvenen en zilte steppen. In Nederland broedt de soort vooral op schorren en kwelders, vochtige weidegronden en in mindere mate elders in slootrijke open gebieden.
Kenmerken Een Tureluur is eenvoudig te herkennen aan de fel oranjerode poten en oranje snavelbasis. Het verenkleed van de tureluur is grijsbruin in alle seizoenen. Makkelijk te onderscheiden van Zwarte Ruiter door de witte achterdelen op de vleugels die te zien zijn in de vlucht. Deze ontbreken bij de Zwarte Ruiter.

Vaak wordt een tureluur staand op een paaltje waargenomen. Op broedplaats waar hij hardnekkig kan alarmeren is hij zeer waakzaam en onrustig. Let op er is al eens iets over voedsel vermeld bij biotoop Tijdens de jacht vertoont hij een schokkerige loop. In de broedtijd worden vooral insekten en kleine, in slikkige sloten levende waterdieren gegeten, zoals garnalen, slakken en wormen.
Trek Het gehele jaar door te zien. Nederlandse tureluurs overwinteren langs de kusten van Zuidwest-Europa en Noord-Afrika.
Aantallen IHet aantal broedparen is duidelijk afgenomen. Nergens broedt de tureluur talrijker dan bij slikkige brakwatergebieden als de Dollard en het Verdronken land van Saeftinghe. Ook zilte schorren, kwelders en weidegronden herbergen forse dichtheden. Een verdere aantasting van kwaliteit en oppervlakte van deze leefomgeving moet dan ook voorkomen worden. Het vergroten van de oppervlakte aan binnen- en buitendijkse zoutweiden zal de soort zeker nieuwe kansen bieden. Bovendien is dit een vorm van compensatie voor de duizenden hectares schor, die tengevolge van de Deltawerken verloren zijn gegaan.


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net