Terekruiter Xenus cinereus
|
|
|
|
|
| Grootte |
lengte: 22-25cm |
|
| Biotoop |
Broedt in laaglandtaiga langs rivierenen meren. Tijdens
trek meestal op moddervlakten en poelen langs kust. |
|
| Kenmerken |
Nest is bekleed kuilje in lage vegetatie. Vorm enigszins
als van een grote Oeverloper, maar met zeer lange opgewipte snaveL en steil voorhoofd. Wipt soms met achtereind; enigszins vooroverleunend
tijdens het fourageren. Pikt vaak insecten van oppervlak met snelle,
flitsende bewegingen. In vlucht brede witte vleugelachterrand, herinnerend
aan Tureluur, maar rand is smaller en minder contrasterend. SnaveL zwart of met doffe gele of oranje basis.Korte vaalgele of oranje poten.
|
|
| Trek |
Overwintert in Afrika, Azië en Arabië. |
|
| Aantallen |
Zeldzame trekgast in West-Europa. In Nederland tot
en met 1998 16 gevallen (mei-oktober). |
|
|
|
|
 |
 |