L 38-44cm - SW 106-125cm. Kleiner dan Zilvermeeuw.
Biotoop
Broedt
in Scandinaviā en Siberiā in hoogveengebieden in binnenland waar ze
nestelen op de grond, maar in de lage landen voornamelijk te zien
langs de kust op eilanden en in duingebieden, soms in bomen. Ook te
vinden op grasland en recent geploegde akkers.
Kenmerken
Heeft
een redelijk ronde kop en daardoor een vriendelijke gelaatsuitdrukking.
Hij eet insecten, wormen en vis.
Trek
In najaar arriveren enige 100.000en uit het noorden. Bezet
in Nederland half-maart kolonies, die in augustus worden verlaten
(ca. 11.000 paren, toenemend).
Aantallen
In het gehele land en in het gehele jaar aan te treffen, ook
bij streng winterweer.