Broedt in hoog struikgewas (bij voorkeur in sleedoor,
meidoorn, braam en hondsroos) met verspreid staande bomen in open
terrein, maar ook op open plekken met veel struiken in open bos. Deelt
habitat (en vaak territorium) met Grauwe Klauwier.
Kenmerken
Zeer terruggetrokken levend, maar af en toe tussen
twee struiken vliegend te zien, en in voorjaar in bijna horizontale
zangvlucht. Grote, zwaar gebouwde zanger met lange staart. Vleugeldekveren
en tertials met lichte zomen. Enig wit aan toppen van staartpennen.
Onderzijde van adult mannetje sperwerachtig gebandeerd met een 'strenge'
gezichtsuitdrukking. Juveniel en 1e jaars enkel geschubd rond de anaalstreek,
borst effen bruingeel.
Trek
Zomergast, overwintert in tropisch Afrika.
Aantallen
In Nederland vrij zeldzame doortrekker (augustus-oktober;
zeer zelden eind april-mei of november). )