| Sneeuwgans Anser caerulescens |
|
| Grootte | L 65-75cm - SW 133-156. Als Kleine Rietgans. |
| Biotoop | Broedt in uiterste noordoosten van Siberië (Wrangeleiland) en Noord-Amerika. |
| Kenmerken | Twee vormen: witte vorm is wit met zwarte handpennen; donkere vorm ('Blauwe Sneeuwgans') heeft alleen witte kop, bovenhals en staarteinde, rest van verenkleed met diverse schakeringen van grijs, lichts op vleugel- en staartdekveren. Adult: snavel en poten roodachtig. Kan verward worden met kleinere Ross-Gans (rossii) die een kleinere snavel heeft zonder zwarte snijrand maar met donkerblauwe wratjes op basis. |
| Trek | Dwaalgast in Europa, maar ook vaak ontsnapt uit gevangenis. |
| Aantallen | In Nederland iedere winter meer dan tien. |
|
|
|
|
|
|