| Roodmus Carpodacus erythrinus |
|
| Grootte | lengte: 13,5-15cm |
| Biotoop | Broedt in terrein met weelderig struikgewas, vaak op vochtige plaatsen, liefst met hazelaars, in parken en kleine boomgroepen met rijke ondergroei langs rivieren en akkers. Ook op open plekken met struikgewas in loofbos. |
| Kenmerken | Vrij tam; mannetje zingt vaak ostentatief vanaf zangpost. Verder terruggetrokken levend en makkelijk over het hoofd te zien. Voedsel bestaat grotendeels uit zaden, scheuten, knoppen en wat insecten. Nestelt laag in struiken. Formaat bijna als van Goudvink, met vrij zware kop en borst, maar met een slank achtereind en een lange staart. Zware snavel. |
| Trek | Zomergast (vanaf eind mei). Overwintert in India. |
| Aantallen | Tot 1987 dwaalgast in Nederland, maar sindsdien broedvogel in klein aantal, vooral op de Waddeneilanden en in Flevoland. |
|
|
|
|
|
|