Broedt in kleine kolonies op arctische toendra nabij
kust of aan riviermondingen, vaak samen met roofvogels (bijvoorbeeld
met grote valk) ter bescherming.
Kenmerken
Iets kleiner dan Rotgans, met dikke hals en zeer kleine
snavel. Van dichtbij onmiskenbaar door roestrood met zwart-wit kleurenpatroon.
Op afstand onopvallend donker met brede flankstreep. Geluid is een
schril, hoog kie-kwi of kiek-jik.
Trek
Trekvogelengte: overwintert hoofdzaklijk in Roemenië
en Bulgarije. Enkele trekken met andere ganzen naar West-Europa (inclusief
Nederland).