Roodborsttapuiten
zijn vogels van open tot halfopen, vaak droge terreinen met enige
struweelopslag of hoog opschietende kruiden. Het goed verborgen nest
wordt op of net boven de grond gebouwd.
Kenmerken
Vanaf
een uitkijkpost in het territorium wordt het grootste deel van het
uit insekten en ander klein gedierte bestaande voedsel opgespoord.
Trek
De
meeste Roodborsttapuiten worden waargenomen in maart-oktober. Een
klein aantal overwintert. Onze roodborsttapuiten brengen de winter
veelal door in Zuidwest-Europa.
Aantallen
Duidelijke afname van het aantal broedparen en het broedareaal.
De afname van de roodborsttapuit is vrijwel beperkt tot het agrarisch
gebied. Daarmee staat de soort model voor de steeds verdere verarming
van het landelijk gebied. Veelbetekenend is dat de soort vaak meteen
na uitvoering van een herverkaveling verdween. Als belangrijkste
oorzaken worden genoemd: Het verdwijnen van overhoekjes, het spuiten
en branden van sloten, greppels en akkerranden, de groeiende populariteit
van - zwaar bemeste - maïsakkers en de verarming van agrarische
graslanden. Alleen een 'cultuuromslag' in het cultuurland lijkt
de roodborsttapuit daar te kunnen redden. Zeker is dat ecologisch
boeren met oog voor ruige perceelsranden de soort ten goede komt.
Herstel van kleinschalig landschapsonderhoud kan daarnaast een nuttige
rol spelen. Het tolereren van enige 'slordigheid' in het beheer
van agrarische randgebieden is, hoewel misschien niet passend in
onze volksaard, de beste manier om de roodborsttapuit in het buitengebied
te behouden. Vogelwerkgroepen kunnen de soort helpen door het monitoren
van de aantallen, het helpen bij kleinschalig landschapsonderhoud
en het stimuleren van een 'groener' beleid in het buitengebied.