Uitgestrekte
rietmoerassen met bomen nabij poldergebieden. Deze moerasbewoner broedt
koloniegewijs in drassig, overjarig rietland en in door oud riet omgeven
struweel.
Kenmerken
VooraL in vlucht te verwarren met blauwe reiger. Duidelijk uitgespreidde
achtertenen, die een aanpassing zijn aan het leven in het riet. Het
voedsel bestaat uit vis en waterinsekten, die in ondiep open water
gevangen worden. Zelden open in het veld staand. Broedt in kolonies.
Trek
Vanaf
maart tot september-oktober (november). Ze overwinteren in West-Afrika
bezuiden de Sahara.
Aantallen
Sterke
afname en de geringe verspreiding van de kleine broedpopulatie. Bovendien
zijn de vogels gebonden aan kwetsbaar biotoop en broedt meer dan een
kwart van de Noordwesteuropese populatie in Nederland. Bijna allemaaL broeden ze in natuurreservaten. Toch is dat geen garantie voor hun
voortbestaan. Veel purperreigers zoeken hun voedsel namelijk in sloten
en vaarten in het omringende agrarisch gebied. Het is van belang om
te weten, waar dit precies gebeurt. Deze sloten zouden natuur-vriendelijk
beheerd moeten worden. Eventueel kan bij de sloot-beheerders worden
aangedrongen op verbetering van de voedselsituatie middels peilverhoging,
natuurvriendelijk slootonderhoud en eventueel het uitzetten van vis.
Op de broedplaatsen dient het belang van de purperreiger bij het rietbeheer
voorop te staan. Dat betekent, dat maaien van oud riet slechts in
beperkte mate mag gebeuren. Rust op de broedplaatsen is, vooral tijdens
de vestiging, een vereiste. Naast deze binnenlandse zaken spelen de
omstandigheden in de winterkwartieren ook een rol bij de afname van
de purperreiger. Jaren met weinig neerslag in West-Afrika worden steevast
gevolgd door teleurstellende aantallen in het erop volgende broedseizoen.