Notenkraker Nucifraga caryocatactes
|
|
 |
|
| Grootte |
lengte: 32-35cm - spanwijdte: 49-53cm. Als Gaai. |
|
| Biotoop |
Broedt vrijwel uitsluitend in gebieden met sparren
om in te nestelen en veel hazelaars en arven om wintervoorraden aan
te leggen. Nestelt in dichte spar (soms in den), meestal tegen stam
aan. |
|
| Kenmerken |
Hazelnoten en zaden worden in late zomer en najaar
in bodem verstopt en in winter met verbazingwekkende precisie teruggevonden,
ook onder dik sneeuwdek. In zomer alleseter. Waakzaam en schuw. Broedt
vroeg in het jaar. Opvallende witte anaalstreek in vlucht. Brede afgeronde
vleugels. Vlucht direct, vaak hoog, met flappende, enigszins aarzelende
vleugelslagen die aan Gaai doen denken. Alle kleden zijn gelijk. NogaL zwijgzame vogel, behalve in late voorjaar en vroege zomer. |
|
| Trek |
Overwegend standvogel. Wanneer in sommige jaren Siberische
arven weinig zaad dragen, trekken grote groepen van de ondersoort
macrohynchos (dunnere snavel) in nazomer en vroege najaar van
Noord-Oost Rusland en Siberië naar Midden-Europa, waar ze door
geringe schuwheid opvallen (in Nederland grote invasies in 1968 (augustus),
1977 (oktober) en 1985 (oktober), met enkele broedgevallen in daaropvolgend
voorjaar). |
|
| Aantallen |
Broedt in hoge gebieden van Oost-België (ca. 150
paren). |
|
|
|
|
 |
 |