| Noordse Nachtegaal Luscinia luscinia |
|
| Grootte | L 15-17cm |
| Biotoop | Broedt in dicht, vochtig, schaduwrijk loofbos, vaak op vochtigere plaatsen dan Nachtegaal, vooral in hazelaars, struikgewas en oevervegetatie. Ook in dicht begroeide parken en tuinen. |
| Kenmerken | Dit is de nachtegaal van Noord- en Oost-Europa. Hybridiseert op plaatsen met Nachtegaal waar verspreidingsgebieden overlappen. Mengzangers komen voor. Lijkt veel op Nachtegaal, maar gemiddeld iets minder roodbruin getint op staart en stuit, tint grijzer op bovenzijde, en doorgaans met duidelijkere grijze gemarmerde tekening op benedenkleed en borst (maar deze kenmerken zijn moeilijk te beoordelen in het veld). Tijdens stille nachten vaak op kilometers afstand te horen: zang is meer luid dan mooi (maar wel bijzonder!). |
| Trek | Zomergast, overwintert in Afrika. |
| Aantallen | In Nederland dwaalgast, thans jaarlijks, vooral in mei-juni (zingend) en augustus-september (ringvangsten) |
|
|
|
|
|
|