| Lachstern Gelochelidon nilotica |
|
| Grootte | lengte: 35-42cm - spanwijdte: 76-86cm |
| Biotoop | Broedt in kolonies in vlak, open terrein aan meren, moerassen (zoet, brak of zout water), beschutte kustwateren, akkers of geïrrigeerde vlakten, en bergmeren (tot ongeveer 2000m hoogte) met grazige weilanden en zandige oevers. |
| Kenmerken | Voedsel bestaat voornamelijk uit insecten; eet ook kikkers, kleine zoogdieren, etc. In alle kleden van Grote Stern te onderscheiden aan korte, dikke, geheel zwarte snavel met ongeveer halve lengte van kopkap (bij Grote Stern ongeveer even groot als kopkap). Iets bredere vleugelbasis, kortere hals en langere poten. Fourageergedrag en voorkomen in binnenland ook kenmerkend: duikt normailter niet in water als Grote Stern, maar jaagt in ontspannen vlucht op insecten, vaak boven droge weilanden, soms zelfs in open bos, of duikt omlaag om insect van wateroppervlak of vegetatie te plukken. |
| Trek | Zomergast en doortrekker (april-september), overwintert in Afrika. |
| Aantallen | In Nederland kleine groep jaarlijks pleisterend in nazomer (juli-augustus) in kop van Noord-Holland. |
|
|
|
|
|
|