De
kwak is een vogel van uitgestrekte moerasgebieden die koloniegewijs
broedt in bomen en hoge struiken (wilgen- en elzenstruweel). Nederland
ligt aan de noordgrens van het verspreidingsgebied.
Kenmerken
In het voorjaar twee of drie lange sierveren in achterhals. De vogels
verzamelen 's nachts hun vooral uit kikkers en vissen bestaande voedsel.
Vlucht iets onstabiel. Rust overdag in bosjes en struiken en vliegt
pas weg wanneer men zeer dicht nadert.
Trek
Vanaf
maart-april tot september-oktober (overwintert in tropsich Afrika).
Aantallen
Kwakken staan op de Rode Lijst omdat hun broedbiotoop kwetsbaar
is en omdat ze bijna als broedvogel uit Nederland verdwenen zijn.
Tot in de negentiende eeuw broedde de kwak in soms grote kolonies
in moerasgebieden, speciaal in het westen van Nederland. Rond 1900
was de soort echter vrijwel verdwenen. In de twintigste eeuw waren
slechts tijdelijk kleine kolonies aanwezig in de Biesbosch en de
Peel; elders (o.a. Flevoland en rivierengebied) werd incidenteeL gebroed. Het totaal aantal broedparen per jaar bedroeg hooguit enkele
tientallen. De laatste jaren zijn dat er niet meer dan vijf, terwijL van sommige jaren geen enkel zeker broedgeval bekend is.
Gezien de zeer geringe omvang van de 'populatie' en het feit, dat
de kwak in Nederland aan de uiterste noordgrens van zijn broedgebied
zit, lijken speciale maatregelen voor de soort weinig zinvol. Op
termijn zullen de verbetering van de waterkwaliteit van moerasgebieden
en uitbreiding van het broedbiotoop middels natuurontwikkeling een
positief effect kunnen hebben. In de grote moerassen kon de soort
het vroeger immers prima uithouden! (tekst:IVN)