Krakeend Anas strepera |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
lengte: 46 - 56 cm
spanwijdte: 84 - 95 cm |
|
| Biotoop |
De krakeend leeft op zoet en brak water. Hij nestelt dicht
bij meren, moerassen en poldersloten met rijke onderwatervegetatie. Oorspronkelijk
is het een broedvogel van de meren en moerassen in de steppen van Midden-
en West-Azië tussen 55 en 40 graden noorderbreedte, maar mogelijk door
ontginning van deze gebieden heeft deze eend zijn areaal westwaarts uitgebreid.
|
|
| Voortplanting |
Bij het baltsgedrag laat de woerd het kleurcontrast van vleugel en staart
goed uitkomen. De 8 à 12 eieren worden eind april in een met gras
of bladeren gevoerd, goed verborgen nestkom gelegd en met donsveertjes
geïsoleerd. Na een broedduur van 28 dagen verschijnen de jongen,
die zodra ze droog zijn het water opzoeken. Ze lijken op die van de Wilde
Eend, maar ze vertonen meer kleurcontrast en roze snavelranden.
|
|
| Voedsel |
Krakeenden leven vegetarisch, behalve in de eerste week, wanneer de kuikens
zich met eiwitrijke insecten, slakken en wormen voeden.
|
|
| Gedrag |
Het geluid van de krakeend is even onopvallend als zijn uiterlijk. De
woerd laat een nasaal knorrend en fluitend geluid horen. Het wijfje kwaakt
als een wilde eend.
|
|
| Kenmerken |
Krakeenden zijn iets kleiner dan de Wilde Eend. In vlucht
zijn de puntige vleugels en de witte spiegel opvallend. Een krakeend ligt
hoog op het water, met opgeheven vleugel en staart. Het wijfje is van andere
wijfjeseenden aan de witte spiegel te onderscheiden. De duidelijkste kenmerken
bij de woerd zijn de zwarte staartdekveren en de roodbruine, zwarte en witte
vleugelvlekken. |
|
| Trek |
De krakeend is het gehele jaar door bij ons te zien: zowel
als broedvogel als overwinteraar. In de winter trekken veel exemplaren naar
grotere meren waar ze zich aansluiten bij trekvogels uit het noordoosten.
|
|
| Aantallen |
De aantallen broedvogels en overwinteraars zijn bij ons sterk
toegenomen. Tientallen jaren was de krakeend bij ons een schaarse broedvogel,
maar in de jaren zeventig is het aantal broedparen met sprongen omhooggegaan
en het aantal wordt in Nederland momenteel geschat op ca. 2000 paar. In
België komt de soort als broedvogel zelden of niet voor en de Engelse
populatie van enkele honderden paren stamt vermoedelijk van ontsnapte tamme
exemplaren af. |
|
|
|
|
 |
 |