Kraanvogel Grus grus |
|
 |
|
|
|
|
| Grootte |
lengte: 96-199cm - spanwijdte: 180-222cm. |
|
| Biotoop |
Broedvogel van moerassen en bossen, aan meren met rietvelden
of langs rivieren met oeverbossen, meestal in afgelegen gebieden.
|
|
| Kenmerken |
Zeer groot, met zeer lange poten en lange, dunne hals.Verenkleed
grotendeels licht blauwgrijs, maar in broedtijd meestal met roestbruine
rug door inwrijven met modderig en ijzerhoudend veenwater. Tijdens
trek in lijn- of V-formaties, vaak op zeer grote hoogte. Vliegt met
uitgestrekte hals. In voorjaar spectaculair dansritueel als balts,
van een paar of van honderden (vooral onvolwassen) vogels, op favoriete
plaatsen; vogels lopen daarbij rond met gestrekte hals en vaak gespreidde
vleugels, springen in de lucht met flappende vleugels, buigen, pikken
voorwerpen van de grond en gooien ze omhoog, staan stokstil in opgerichte
houding en schudden daarna hun veren. Voedsel bestaat uit plantaardig
materiaal, graan, oude aardappelen en insecten. Maakt nesthoop van
plantaardig materiaal. |
|
| Trek |
In W-Europa met vaste trekroute via Rügen, langs
de oostgrens van Nederland (maart-april en oktober-november), via
Noord-Oost Frankrijk (Lac du Der-Chantecoq) naar Spanje (en sommige
N-Afrika) en terug. Bij oostenwind vaker over Nederland trekkend dan
bij westenwind. Recentelijk ook klein aantal overzomerend. |
|
| Aantallen |
In N-Europa schaarse broedvogel. Regelmatig bij ons
te zien tijdens de trekperiode, overtrekkend of rustend voor korte
tijd. |
|
|
|
|
 |
 |