Kluut
Recurvirostra avosetta
Kluut (Recurvirostra avosetta)
Grootte L 42-46 - SW 77-80. Als Scholekster.
Biotoop Fourageert in slibrijke getijdegebieden, plaatselijk ook in grote aantallen aan zoet water. Prefereert water van ca. 10cm diep. Broedt op schaars begroeide terreinen buitendijks of nabij de kust, ook binnendijks op akkers, opspuitterreinen of grasland.

Kluten stellen hoge eisen aan het broed- en foerageergebied. Het broedgebied moet in principe door zout water worden beïnvloed en net boven de hoogwaterlijn liggen. Mocht zo'n gebied niet voorhanden zijn, dan doet de kluut het met minder, zolang er dan wel geschikte gebieden in de buurt zijn voor jonge kluten om op te groeien. Vooral recreatie kan een factor zijn waardoor opgroeigebieden ongeschikt blijken te zijn. De gevoeligheid voor verstoring maakt de kluut tot een indicator voor het effect van verstoring op het de kwaliteit van het zeemilieu.
Kenmerken Bijzonder sierlijk. Een kluut is eenvoudig te herkennen aan het zwart-witte verenkleed, de omhoog gebogen snavel en de lange blauwe poten.De snaveL is goed aangepast aan de manier van voedsel zoeken van de kluut. Met de snavel een klein beetje geopend zeeft de vogel voedsel uit het water van brakke en zoute slikvelden, meren, moerassen en poelen. De soort eet kleine weekdieren, kreeftjes en wormen. Zo af en toe worden insecten van de grond gepikt. Kan met zijn zwemvliezen zwemmen.
Trek In de winter trekken de noorderlijke vogels naar beschutte riviermondingen in West-Europa, terwijl andere naar Noord-Afrika trekken. Bij ons te zien vanaf maart.
Aantallen In West-Europa broeden ongeveer 18.000 kluten. De kleine helft daarvan (8800 paar in 1992; 7200 paar in 1996) broedt in Nederland, vooral in onbegroeide gebieden langs de kust.


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net