Kemphaan Philomachus pugnax |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
L 26-32cm (mannetje) 20-25cm (vrouwtje) - SW 46-58cm |
|
| Biotoop |
Tijdens
trek op modderoevers, vochtige weilanden, ook op akkers en geploegd
land. moerassen en extensief bewerkte natte weilanden. Deze spectaculairste
aller weidevogels broedt bij voorkeur in schrale, bloemrijke graslanden.
|
|
| Kenmerken |
De
kemphaan eet zowel in het water als op de grond levende insecten als
kevers, vliegen, larven, slakjes en regenwormen. Buiten het broedseizoen
eet de vogel ook zaden en ander plantaardig materiaal. Kemphanen zijn
vooral bekend door de fraaie voorjaarstooi van de mannetjes, die op
de wat hoger en droger gelegen toernooiveldjes schier eindeloze schijngevechten
houden om de gunst van de vrouwtjes te verwerven. Na de paring op
het toernooiveld draaien de vrouwtjes op voor de zorg om het broedsel.
In juni - juli zijn de extra versieringen van de mannetjes niet meer
nodig en vallen dan uit. In de winter zijn de geslachten gelijk gekleurd.
Zwijgzame vogel. |
|
| Trek |
Kemphanen
komen het gehele jaar voor. In de winter zijn hier alleen mannetjes
te zien. De vrouwtjes komen uit hun overwinteringsgebieden in Afrika
in april in Nederland aan. Na de balts vliegt een deel door naar het
noorden van Europa. |
|
| Aantallen |
Afname
van het aantal broedgevallen, in combinatie met een zeer beperkte
verspreiding. In de ons omringende landen is de soort inmiddels bijna
als broedvogel verdwenen. De voornaamste reden voor de enorme afname
van de Kemphaan is het verdwijnen van het favoriete graslandtype.
De enige manier om de soort te redden is het behoud van graslanden
waar niet te veel vee op geweid wordt, die weinig bemest worden en
waar de waterstand hoog is. Zulke graslanden vinden we in het cultuurland
alleen nog maar in reservaten en gronden waar een 'zwaar' beheerspakket
conform de relatienota op ligt. Zulke gronden mogen van 1 april tot
1 juli niet gemaaid of beweid worden. Dat de soort ook in deze beschermde
gebieden afneemt heeft zeker te maken met het wegvallen van steeds
meer tussengelegen broedgebieden, waardoor een sterke versnippering
optreedt. De grootste bedreiging lijkt de huidige discussie over de
kosten van voor vogels als de kemphaan geschikt graslandbeheer. Alleen
een goede samenwerking tussen boer, beschermer en overheid kan dit
probleem oplossen. Duidelijk is dat het Nederlandse weidelandschap
met het verlies van de kemphanen een stuk van zijn oorspronkelijke
identiteit verloren heeft. Buiten de weidegebieden heeft de kemphaan
kansen in grootschalige open gebieden met een korte, grazige vegetatie
en een rijk insektenleven. Met name de honderden broedende kemphennen
begin jaren tachtig in de net drooggevallen Lauwersmeer maakten dat
duidelijk. Door de met ontzilting samenhangende ontwikkeling naar
dichte vegetaties is de soort hier inmiddels weer grotendeels verdwenen.
Gezien de huidige lage aantallen is het de moeite waard om elk kemphen-broedseL op niet speciaal beschermd grasland middels nestbescherming te behoeden
tegen uitmaaien, een gevaar dat door het late broeden nog groter is
dan bij andere weidevogels. |
|
|
|
|
 |
 |