Broedt in kolonies op steile rotskusten en ontoegankelijke
rotsige eilanden in de Noord-Atlantische Oceaan. Pelagisch en mobiel buiten
broedseizoen.
Kenmerken
Maakt nest van zeewier op rotsrichels of steile hellingen.
Karakteristieke vlucht met vrij snelle, ondiepe en gelijkmatige slagen van
lange, smalle vleugels, onderbroken door korte glijpauzes, doorgaans ook
op grote afstand gemakkelijk te herkennen. Duikt op spectaculaire wijze
van 10-40m diagonaal omlaag om vis te vangen, waarbij de vleugels vlak boven
wateroppervlak gevouwen worden. Er bestaat grote individuele variatie in
onvolwassen kleden.
Trek
Bereikt buiten het broedseizoen West-Afrika en West-Middellandse
Zee; in najaar talrijk voor de kusten van West-Europa, inclusief Nederland
en België.
Aantallen
Grootste concentratie in West-Schotland (St. Kilda). Sinds
kort ook op Helgoland.