IJsvogel
Alcedo atthis
IJsvogel (Alcedo atthis)
Grootte lengte: 16 - 17,5 cm
spanwijdte: 24 - 26 cm
gewicht: 35 - 45 g
leeftijd: max 15 jaar
Biotoop IJsvogels houden van stromend, helder, visrijk water met steile oevers in bossige of halfopen omgeving. In mindere mate wordt ook bij stilstaande, visrijke wateren gebroed en in brak of zout milieu. De aanwezigheid van zandige of lemige oeverranden is een vereiste omdat daarin de nesttunnel wordt uitgegraven.
Voedsel Een tak boven water biedt de ijsvogel een uitkijkpost vanwaar hij naar vissen (van 3 tot 8 cm) of waterinsecten duikt. Op de tak dood hij zijn prooi door ze met een zwaaibeweging een slag op de kop te geven.
Voortplanting Beide ouders graven al in maart een nestholte: een 40 à 100 cm lange tunnel met aan het einde de nestkamer (10 x 15 cm). In maart-augustus legt het wijfje 4 à 8 glanzend witte eieren. Het nest wordt geleidelijk bekleed met uitgebraakte visgraten. De geslachten broeden allebei gedurende 18 à 21 dagen. De jongen blijven bijna een maand in het nest. Door de rottende etensresten en uitwerpselen wordt het nest zeer vuil en de ouders baden dan ook dikwijls na een bezoek eraan. In een goed seizoen kan een koppel tot vier broedsels per jaar grootbrengen. De jongen hebben een duidelijk kortere snavel met een wit puntje aan uiteinde, donkere pootjes en een doffer verenpak. Ze zijn na één jaar geslachtsrijp.
Gedrag Weinig vogels zijn schuwer dan de ijsvogel en men zal dan ook maar zelden een exemplaar goed waarnemen. Gewoonlijk vangt men op zijn hoogst een glimp van hem op terwijl hij langs een beekoever schiet. Vaak is de eerste (enige) aanwijzing van zijn aanwezigheid de roep, die bestaat uit een luid, hoog, fluitend 'tjie' of 'tjie-kie'.
Kenmerken Ondanks de heldere kleuren toch moeilijk te zien te krijgen, behalve in de winter als hij aangewezen is op enkele wakken in het ijs. Zijn vlucht is snel met een snorrende vleugelslag, onderbroken door korte glijperioden. De ijsvogel heeft een opvallend gedrongen bouw met een grote kop, metaalglanzend blauwgroene bovendelen en roodbruine wangen en onderdelen; witte keel- en halsvlek, rode poten en lange, dolkvormige snavel. Het vrouwtje heeft een oranje vlek op haar ondersnavel, het mannetje heeft een geheel zwarte snavel. In vlucht zijn de korte staart en vleugels en de glanzende blauwgroene rug goed zichtbaar. Het vlees van de ijsvogel is ongenietbaar en zijn kleurenpracht moet dan ook als waarschuwing voor rovers worden gezien.
Trek Bij ons is de ijsvogel hoofdzakelijk standvogel, zij het dat de jonge dieren dikwijls rondzwerven of wegtrekken. Tijdens strenge winters trekt hij soms naar zout en brak water, waar de kans op overleven groter is.
Aantallen Het moeizame herstel van de ijsvogel na de laatste strenge winters heeft alles te maken met de achteruitgang van de kwaliteit van het belangrijkste broedbiotoop: gezonde beken. Het kanaliseren heeft een nefaste invloed op de populatie: broedplaatsen verdwijnen en beken zijn 's zomers sneller uitdroogt. Bemesting zorgt er voor dat het water troebel wordt en de belangrijke prooidieren verdwijnen. Ook komt het nogal eens voor dat - vaak nietsvermoedende - recreanten de nesttunnel intrappen of de oudervogels dermate verstoren, dat deze het nest verlaten. Zowel overdag als 's nachts vliegen ijsvogels zich nogal eens dood tegen ruiten en auto's.


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net