Halsbandparkiet
Psittacula krameri |
|
 |
|
|
N/A |
|
| Grootte |
lengte: 39-43cm (incl. 22-26cm lange staart) |
|
| Biotoop |
Broedt in open bossen, parken en tuinen. |
|
| Kenmerken |
Maakt allerlei hoge en schreeuwende geluiden. Snelle, ondiepe
vleugelslag. Hij nestelt in boomholen en moet daar concurreren met andere
holenbroeders zoals Torenvalk, Holenduif en Kauw. Broedt
van januari tot juli gedurende 22-24 dagen en legt 2-4 witte eieren. De
jongen vliegen na 6-7 weken uit. Soms twee legsels per jaar! Eet voornamelijk
zacht fruit, maar 's winters ook pinda's en ander, door de mens verstrekt
voedsel. Bezoekt regelmatig voedertafels.
Middelgroot en slank als een bijeneter. Herinnert in vlucht (door geheel
groen verenkleed) aan Groene Bijeneter, maar heeft lichtgroene ondervleugel
met donkergrijze in plaats van roodbruine slagpennen. In de bomen valt hij
soms moeilijk te lokaliseren door zijn uitstekende camouflagekleuren. Van
dichtbij echter onmiskenbaar met typische 'papegaaiensnavel' en rozenbottelroze
bovensnavel. Bijzonder lange, smalle wigvormige staart (die langer wordt
met de leeftijd!). Iris geelwit, oogrand oranjerood. Adult mannetje heeft
kleine zwarte kin- en keelvlek en smalle zwart en oranjeroze halsband. Zeer
dunne zwarte teugelstreep. Het adult vrouwtje heeft een geheel groene kop.
|
|
| Trek |
Standvogel. |
|
| Aantallen |
Zeer lokale bestanden. Ingevoerd uit Zuid-Azië en Centraal-Afrika
(als kooivogel). De laatste decennia breidt de vogel zich uit in onder andere
Duitsland, Egypte, Engeland, Griekenland, Israël, Spanje maar ook in
België (Brussel) en Nederland (vooral Amsterdam en Den Haag). |
|
|
|
|
 |
 |