Grote Trap
Otis tarda |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
lengte: 90-105cm - spanwijdte: 210-240cm - 8-16kg (mannetje)
lengte: 75-85cm - spanwijdte: 170-190cm - 3,5-5kg (vrouwtje) |
|
| Biotoop |
Broedt op droge, vlakke, weidse, open vlaktes, bij voorkeur
steppen, maar ook in uitgestrekte akkers wanneer er geen of weinig verstoring
optreedt. |
|
| Kenmerken |
Enorm: de grootste mannetjes zijn de zwaarste vogels van
het Europese grondgebied. De mannatjes zijn ongeveer 30% groter dan de vrouwtjes.
Zwaar gebouwd met (vooral in vlucht) opvallende zware borst. Vleugels lang
met duidelijke vingers. Majestueuze vlucht, met ononderbroken, afgemeten
vleugelslagen. Gehele jaar in groepen, met spectaculaire gemeenschappelijke
balts in voorjaar en zomer, waarbij de mannetjes hun verenkleed 'binnenstebuiten'
keren tot een grote 'bal' van witte veren ('schuimbad'), met kop en hals
onzichtbaar achterover gedrukt. |
|
| Trek |
Standvogel en dwaalgast. |
|
| Aantallen |
Sterk in aantal afgenomen. In Nederland tot 1985 soms winterinvasies;
sindsdien dwaalgast (meestal december-april). |
|
|
|
|
 |
 |