Koloniebroeder
van kustmilieu. Slechts bij uitzondering in het binnenland.
Kenmerken
Groot,
slank en opvallend licht met smalle vleugels. In vlucht geheel witte
indruk gevend, met zwarte koplap. Zwarte snavel met lichtgele punt.
Korte poten en aanzet tot kuif. Bidt beven water en laatzich vanop
grote hoogte in de zee storten om vis te vangen.
Trek
Gaat
in juli naar visrijk water op Noordzee. Trekt later dan andere sterns
in september naar winterkwartieren (kusten van West-Afrika). Keert
terug vanaf eind maart. Zeer klein aantal overwintert (Deltagebied).
Aantallen
Sterk
wisselende bestanden (40.000 in 1954 en 12.500 in 1989).