Struweelrijke
bosranden, parken en oude tuinen, vooral bij jonge sparrenaanplant.
Kenmerken
In
vlucht is witte stuit kenmerkend. De Goudvink wordt vaak gehoord met
een fluitende contactroep. Ietwat klagend 'fuuht'. Dat is heel goed
zelf na te fluiten. In broedtijd heimelijk en vaak alleen te horen.
Komt in de winter en voorjaar in tuinen en boomgaarden om knoppen
te eten.