Goudhaantje Regulus regulus |
|
|
|
|
De zang verraadt meestal de aanwezigheid van een goudhaantje. Deze bestaat
uit snel herhaalde reeksen bijzonder hoge tonen en eindigt in een piepend
gekwetter. |
|
| Grootte |
lengte: 9 cm (kleinste vogeltje van Europa) |
|
| Biotoop |
Vooral in naaldbos en coniferen maar ook wel in klimopstruiken,
meidoorns en andere loofbomen. |
|
| Voortplanting |
Tijdens de balts pronkt het mannetje met zijn oranjegele
kruin voor het wijfje. Het van korstmos en spinrag in hoofdzaak door het
wijfje geweven nest hangt aan het uiteinde van een tak, meestal van een
naaldboom. Het legsel bestaat uit 7 à 10, soms zelfs 13 eieren, die
variëren van wit tot geelbruin, met vooral bij de stompe pool paarse
of bruine spikkels. Alleen het wijfje broedt en de eieren komen na 14 à
17 dagen uit. De jongen, die op de kop enig kort dons hebben, zijn bij de
geboorte blind; de ogen gaan na circa één week open. Beide
ouders voeren tijdens de nestperiode van 16 à 21 dagen. Jonge vogels
missen de gekleurde kruin. |
|
| Gedrag |
Doordat het goudhaantje het grootste deel van zijn tijd besteedt
aan het zoeken van voedsel in de toppen van naaldbomen, hoort men hem vaker
dan dat men hem ziet. Rusteloos vliegt hij van tak naar tak en vaak klimt
hij ondersteboven langs de twijgen, terwijl hij deze op spinnen en insecten
onderzoekt. Goudhaantjes laten zich vaak dicht benaderen. |
|
| Kenmerken |
Lijkt veel op het Vuurgoudhaantje. Het mannetje heeft twee
lichte vleugelstrepen en een opvallende oranje, met zwart afgezette kruin,
die alleen van dichtbij goed te zien is. Bovendelen olijfgroen, onderdelen
vuilwit. Het wijfje heeft een gele kruinstreep. |
|
| Trek |
Standvogel. Soms grote invasies van noordelijke vogels in oktober-november. |
|
| Aantallen |
Talrijk
broedend overal waar naaldhout staat, ook in parken. |
|
|
|
|
 |
 |