Blauwborst Luscinia svecica |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
lengte: 13-14cm |
|
| Biotoop |
Moerassige streken. Broedt in moerasgebieden, langs
sloten en vennen met dicht riet, elzen, wilgen en struikgewas; ook
in aardappelvelden, schorren etc. |
|
| Kenmerken |
Vrij klein en slank, met lange, dunne poten. In alle
kleden (behalve juveniel) te herkennen aan duidelijk witte wenkbrauwstreep
en roestrode vlek aan staartbasis (vaak te zien in vlucht of wanneer
de vogel staart opwipt). Adult mannetje helderblauwe kin, keel en
borst, aan onderzijde omrand door brede roestrode band. Midden in
blauw kleine vlek ('ster'), wit bij Midden-Europese vogels (L s
cyanecula) en rood in Noord-Europa en Alpen (L s svecica);
vogels in Oost-Turkije en Kaukasus (L s magna) zonder
vlek. In het najaar wordt een deel van opvallende keeltekening vervangen
door geelwit. Voedsel bestaat uit insecten. Nestelt in graspol of
laag in dichte wilgenstruik. Goede imitaties van andere soorten te
herkennen in melodieuze, metaalachtige zang. |
|
| Trek |
Zomergast. Te zien vanaf maart-april tot augustus-september.
Trekt naar Afrika en Zuid-Azië. Zeer zelden overwinterend. |
|
| Aantallen |
In Nederland en België Witsterblauwborst (L s cyanecula) wijd verspreide broedvogel (ongeveer 2000 broedgevallen
in Nederland en 600 in België); Roodsterblauwborst (L s svecica)
zeldzame doortrekker. |
|
|
|
|
 |
 |